timeflies

Het vertrek en de excitatie. De aankomst of de grondtoestand. (p & q) & (r v s). Arsis – thesis. Geboren worden, sterven. Daartussenin de treinreis. Alle treinen zijn stoptreinen. Men kiest zijn/haar station, maar niet de terminus. Vertragingen liggen steeds buiten onze macht. “Men weet (soms) wanneer men vertrekt maar nooit (precies) wanneer men aankomt.” (Een medereiziger uit eerste klasse.)

Dezelfde richting, maar niet (nooit) samenvallend. Overal dezelfde tussenruimte. Zoals treinsporen en parallelle octaven. Waar zijn de dwarsliggers? Tegenspoor of doodspoor?

Zelfs als de trein stilstaat is hij ‘drager van beweging’.

Het komt erop aan de doelloosheid te voorkomen.

In geval van radeloosheid, beroering, nervositeit, beklemming, verdwazing, verontrusting of onduidelijkheid: raadpleeg de dienstregelingen, altijd! A la gare comme à la gare.

Zelfmedelijden. Onontbeerlijk. Men kan er beter niet genoeg van krijgen (om op een vrij convenabele manier het leven door te komen).

Als de wolken niet al te donker zijn, als de zon af en toe komt piepen, als er zich niet al te veel (sociale) verplichtingen in het vooruitzicht bevinden, als de prognoses (verzin ze maar) gunstig lijken, als de migraineaanval uitblijft, als een onbekende je vriendelijk een welgemeende ‘goeiedag’ toeknikt, kortom als de meeste (niet eens voornaamste) zaken rondom je een zekere voldoening schenken, dan denk je op zulke (uiterst sporadische) momenten: zo is het goed, meer hoeft het allemaal niet te zijn. Dergelijke oogwenken verouderen waar je bij staat. (De tijd vliegt!)

Ik ben klokvast als een trein. En hondstrouw bovendien.

Mijn allerbeste vriend (Shadoh, natuurlijk) zoekt me, springt over de draad (kampioen hoogspringer) en komt me uitgelaten tegemoet. De trouw en integrale overgave treffen me telkens weer. Wat is mijn aandeel? Louter het aanbieden van voedsel en onderdak? Of ook de talloze liefkozingen, aaiingen, toegevingen? Ben ik vervangbaar (voor hem)? Enkele weken geleden vertelde iemand mij dat een hond die twee jaren (zijn eerste twee levensjaren) heeft doorgebracht in een bepaald gezin, zomaar kan worden overgeplaatst naar een ander gezin zonder al teveel moeilijk- en ongemakkelijkheden – hierbij verondersteld dat beide gezinnen hem de nodige liefde en warmte schenken. Een situatie die ik mij niet kan indenken, omdat ik mezelf onmisbaar acht. Deze vraag zal voorgoed onbeantwoord blijven.

Moet je iedereen het voordeel van de twijfel geven?

Het zoveelste hartje – nooit teveel noch genoeg – om het mijne te (ver)vullen – (ver)tikker gejaagd verhit – een hyperventilatie waardig.

Ik vraag me af, waarom bepaalde klachten verdwenen zijn. Is er een placebo-effect opgetreden? Hebben de klachten spontaan een einde genomen? Alle hypochondrieën op een stokje. (Als mijn afspraak bij de dokter vastligt, gaat het meestal al opmerkelijk beter. En toch schijnt de zaak niet opgelost. Geen exacte wetenschap.) Nog een andere kwestie: als mensen kennis nemen van slecht nieuws, bijvoorbeeld een ziekte- of sterfgeval in de kennissenkring, dan lijken die mensen opgelucht (andere emoties, zoals medeleven en zorgzaamheid niet uitgesloten), omdat dit nieuws hen niet toekomt. Ik ervaar in zulke situaties net het omgekeerde: binnenkort is het wellicht mijn beurt. Als ik deze bezorgdheid uit, dan krijg ik meestal het antwoord ‘weet je, de kans is bijzonder klein dat je iets gelijkaardigs overkomt’. Die ‘bijzonder klein’ stel ik dan geheel uit eigen beweging gelijk aan ‘mogelijk’. Denkbaar, eventueel, potentieel, gebeurlijk, bestaanbaar. Stel je maar eens voor, dat je meespeelt met de Lotto en het grootste bedrag plotsklaps wint! Dan begrijp je wat ik precies bedoel.

Het slotakkoord: een vertraging (die niet oplost).

Zoals de hond thuis blaft, blaft hij overal. Wij blaffen mee, in een andere toonaard. En we maken een onderscheid: hier blaf je zus, daar blaf je zo. Meer nuances, zorgvuldig gekozen of als een teken van nalatigheid, zwakte. Schone schijn: hier draait het om, omdat we deel zijn van een spel, telkens anders (met andere regels, welteverstaan)! Men zegt wel eens dat een vogel zingt zoals hij gebekt is. ‘Zichzelf zijn’ … Het vraagt moed! Zou een hond te allen tijde ‘zichzelf zijn’? Wat hij niet kan, is veinzen dat hij veinst. Zoals de (meeste) Vlaamse acteurs bijvoorbeeld. Overacting. Zoals we thuis blaffen, blaffen we nergens. (Per slot van rekening, maar goed ook?)

Vooraankondigingen en achterafbeschouwingen. Men kan ze beter niet vergelijken. Een vertraging voorspellen, heeft weinig zin. (Ik hou van vertragingen.) Wat bedoelt men feitelijk als men zegt ‘ik ga de trein nog halen’? En wat bedoelt men feitelijk als men zegt ‘ik ga de trein nog missen’? (Ik mis de trein vaak.)

Wij verwachten veel. Het mogelijke, het noodzakelijke en het onmogelijke. Verwachten stel ik (op dit moment) gelijk aan wachten. Totdat het gewenste zich openbaart. Als het verwachte niet wordt ingewilligd, blijft het wachten een feit, waaraan ik geen waardeoordeel zal verbinden (een rationele bepaling die mijn gevoel – wellicht een teleurstelling – tegenwerkt). Daarom lijkt het me beter niet meer te wachten (en dus verwachten). Als het gewenste opnieuw opduikt in mijn gedachten, zal ik voldaan terugblikken op de wachttijd die ik inmiddels zal hebben ingehaald. Een stukje tijd dat dus (waarschijnlijk) niet heeft plaatsgevonden. Het valt moeilijk in te schatten of dit nu een goede zaak is, of net niet.

Vandaag kwam mijn lieverd Shadoh onmiddellijk naar me toegelopen – iets wat hij normaal gesproken niet doet omdat hij graag met zijn vrienden blijft stoeien. Ik zag twee open wonden in de zone tussen rug en buik. Het arme dier wilde zelfs bij thuiskomst de wagen niet uit … Gelukkig konden we terecht bij onze dierenarts. Verdoven. (Naar huis gaan.) Hechten. Wachten totdat hij ontwaakt. (Nog steeds thuis.) Minuten kruipen voorbij – een onweerlegbaar bewijs dat de tijd niet (altijd) vliegt! Het regent, tegen de klok in. Zijn natte vacht droogt op als (voorlopig) laatste herinnering: strelingen over zijn versufte donshoofd, liggend op die ongemakkelijke tafel. Integrale overgave, wankelen bleek geen optie, de aarzeling voorbij. Ik wil het graag vergeten, maar dat lukt niet meteen. Daarom heeft men wellicht het concept ‘tijd’ uitgevonden (niet alles heeft een louter pragmatische grond, laat staan achtergrond): om allengs het gebeurde te kunnen transformeren, tot iets dat ons als ‘eerder abstract’ toeschijnt.