Cobaltum (Co 27)



TUSSENTIJDSE GEDICHTEN (1998 – 2016)

Ann Eysermans








Weder
 
 
Het tweede leven dat zich
kranig nestelt in je middengedeelte
 
zonder voetnoten
veelzijdig de verkeerde kant op
voorbij de trap in contrapunt.
 
Ellebogen die zich stomper mengen in gesprekken
placebomatig uitgespeeld,
de poging tweedehands2
 
het is als grazen in een matig land
waar elke deling invalide wordt.
 
Ik voel me naverteld,
door je vrienden zonder poëzie.






In de zestien werd ik naar huis gefloten
nam het vrolijk au sérieux
en bleef liggen.
 
De tijd liegt
houdt zich bezig met vliegen
vergen
 
en het gras is hier veel groener, gladder, bereidwilliger;
strikt genomen
wil ik alleen nog maar zwijgen.
 
Gedane zaken
zijn zoals imaginaire getallen.
Complex. De keer wordt niet genomen,
slapend langs de witte rechte lijn
onpeilbaar
 
geef ik al afscheid
liever dan ik het neem.






Hapering
 
 
Ik denk dat het morgen regent
en hou je twijfels langer dan voorzien vast
onder mijn jas, de frak.
 
Ik denk dat je ook gelijk kan hebben
als je dat fijn vindt.






Desgevallend
 
 
De avond struikelt in de nacht
als slaaf als antigeen
 
gehecht aan onze ledematen
de stand van zaken quasi
 
honger-imitatie
zonder aanzien des persoons.
 
We nemen neutraal afscheid
van de neutraliteit, temet.






Ten gevolge van (Tgv)
 
 
Er is geen nulpunt van het zeggen
van groot belang je helemaal hardop
in de logische vorm, in vorm
 
het voelt geraadpleegd, gelardeerd
doorheen een middelmatigheid, de ontsteking
als grap hygiënisch vers
 
niet weerhouden klonk het anderhalve keer, eenparig ingevolge
polyfoon de staking van je trillingen
 
mits inerte weerstand door- en doorgevoeld
(endo-energetisch).
 
In elke wereld is men iemand anders.






Laten we
 
elkaar
 
onder dezelfde
noemer brengen
 
een ademtocht lang
elkaar
 
(te) vereenvoudigen.






Rang
 
 
Statusangst is een vermoeden met een diploma
een dakloos voorgevoel
 
uit nederlagen gerijpt, als tegengif,
een kloppende vacuole.
 
Precies of allez.
 
Hoe men lui de tijd ontbolstert perifeer
tot stukje niets ontpuind je ego noest
en aangewakkerd,
unisono (met alles wat je niet hebt gelezen)1.
 
Het voelt
als een mislukte belegging.
 
Oppervlakkigheid is een specialisatie
op zich.






Hoeveel kans heb je
 
(bij aanvang, als het spel
gespeeld en bedonderd
 
van antwoord
naar antwoordapparaat)
 
zonder herhaling
met teruglegging
 
dat ik het ben?
 
Hoeveel kans heb je
dat ik het ben?






Vertrekpunt
 
 
Het verschil dat je niet kan maken
 
sommige dingen zijn te klein
voor een beginner
 
hoe moet je liefde aanvullen
per kwartaal?
 
De navraag blijft drukkend
op je weke schouders hangen
als een schaduwplant
 
totdat het eerste bewijs
een kramp improviseert
de beurzen aandurft
van je trage hart
dat rustig blijft.
 
Voorzichtig maakt de enige weg
 
je verbeelding die het nu
tekent als gereserveerd
en uitgehongerd in je recente lichaam:
het verschil dat je ondertussen bent
 
van je afschudt.
 
Een getuigschrift
voor jezelf gehouden
 
van een dapper begin.






Zooi
 
 
Een leven zonder geneigdheid
is alleen maar een bestaan in die zin
 
de zucht als dissonante klacht
het zijn acuut belichaamt
 
de warmte in van je naaste misbruikt
alle indrukken worden traag suggesties
 
in de vorm van een aandoening
een opus entropie.






Toegift
 
 
De wachtkamermuren kennen me
alreeds ik word ontbonden in factoren
 
en opgekrabbeld, de kreeftgang langs mijn trage buik
volkomen hypochondrisch.






Te laat
 
 
Je bent een meneer
met je wortels
met je hooggeplaatste hoed
 
je hond met Asperger
epilepticus bovendien
met je voorgeschiedenis.
 
In dit poosje
voel ik me gerangschikt
en geef je
 
de winnende
lottocijfers1
van vorige week.






Pianissimo
 
 
Zwijg nu maar, van harte
dicht het went
als parkeerboetes en weent
 
in de allerkleinste hoekjes
van je timbre stil.
 
Ik wil meerpotig koning worden
van je mondverlamming.
 
(Je twijfelt nog. In navolging van wat ik
heb geschreven kan je alleen nog maar toegeven
dat ik gelijk had. Het heeft geen zin me uit te stellen
me te vereenvoudigen tot een reductie. Want het
meervoud dat zijn wij, als we ongeveer samen niets zeggen. Ik
ben maar een doorgever, zonder geluid.)






Ongeacht
 
 
Je ankerveld
beneveld
je oncogene moederveld
 
laten we groeien tot de helft
de toestand nog eens samenvatten.






Pessimisme
 
 
Het is zo goed als
ik het gehad heb.






Elegie
 
 
En ik
bevind mij in de hamvraag, de hoofdzaak
 
van het hart waar jonge vragen
samenhokken
zinderen en schudden naar regelrecht geluk
 
tevergeefs, ik wacht al af. Hoe klinkt ster
in hamster
de routine knaagt je aan steekhoudend,
steekt
 
klaagt aan je forse zwerk,
of snikt als lamentoso?

Advertenties