Chorale



Tamelijk ver weg van doelloze geruchten, overvolle schoolbanken, overhaaste praatjes, de anderen, het alles-teveel, wij, de stedelijkheid, bombardementen, … in de groene ruimte die parmantig de weergaloze uitersten van een klein leven verzinnebeeldt. Hij klautert niet, voetbalt niet. Zoekt mogelijkheden tussen de opgedroogde halmen waar microwezens hun dappere sporen voorzichtig verlaten. Mogelijkheidsvoorwaarden? Tussen de jonge vingers ontspint zich – vele jaren later – heimwee (zonder schuilnaam). Hij weet het nog niet en sleept het blauwe zeil wilskrachtig over de strikte onschuld, de achtertuin. De boom, de takken, de planken en de restjes touw wachten geduldig op ideeën. Op wakkere plannen die schielijk rondzwalken in het jonge hoofd, het kinderdikkopje. Van nederlagen, catastrofes, zelfmedelijden, vooringenomenheden geen sprake. Onmiddellijkheid als synoniem voor volbrengen. Het gaat snel. De voorgeschreven tijd belichaamt voorradige bijgedachten die de intenties tergen, het programma verstoren. Van zeilhoek via touw naar tak aan boom van boom via touw naar tak aan zeilhoek … Het ‘bijzondere vloerdeel’ aan het ‘markante touw’ gehecht. Onverbrekelijk. Wentelend. Een volleerde rotatie – er zijn nog zekerheden in het leven. Je aanschouwt het gebeuren met ettelijke trilhaartjes die je lentehuid bevolken. Overeind, het is niet koud buiten.

Tien jaren geleden, ongeveer. Ik met mezelf, nog zonder jou. Het Chorale voor piano rijpt en rijst in mijn trage hoofd, waarin je misschien al gedeeltelijk (onvoorwaardelijk) aanwezig bent. Is mijn partituur een bewijs? Een mutabel certificaat?

Een vooraankondiging van liefde?





Advertenties